Aan het begin van dit schooljaar ben ik gestart als groepsleerkracht. Zeven jaar lang had ik me op een basisschool beziggehouden met de leerlingenzorg en de kwaliteit van het onderwijs. Opnieuw voor de groep voelde best wel weer spannend. Didactisch gezien maakte ik me geen zorgen, maar het omgaan met de groepsdynamiek en het klassenmanagement vond ik een uitdaging.
Ik had me goed voorbereid. In de zomervakantie heb ik het boek Regie in de klas (Bennett, 2022) van voor tot achter doorgespit. Alle belangrijke tips heb ik op een rijtje gezet, ik was klaar voor de start. En wat viel dat tegen!

Mijn groep 5, 18 kinderen, daar kreeg ik geen rust in. Af en toe had ik een les waar ik met een tevreden gevoel op terugkeek. Vaak was het een strijd om de aandacht te krijgen en vast te houden. De leerlingen kwamen onvoldoende in de ‘leerstand’, wat me behoorlijk frustreerde. Ik vroeg me af wie hier hard aan het werk was, ik of de leerlingen.

Gevraagd en ongevraagd kreeg ik veel adviezen, waar ik uiteraard heel blij mee was. De school werkte met Taakspel, dus daar ben ik mee aan de slag gegaan. Gaandeweg kreeg ik het, mede dankzij de steun van collega’s, wel een beetje in de vingers. Het was ook een kwestie van de lange adem, en graag had ik hier verteld dat ik nu met heel veel plezier aan deze groep lesgaf. Helaas liep het anders. Het werken met deze groep kostte me zo veel energie, dat ik uiteindelijk heb besloten dat dit niet de plek voor mij was.

Nu ik afstand heb genomen, heb ik ook de ruimte om te reflecteren op deze tijd. Ik heb mezelf de vraag gesteld wat het zo lastig maakte om grip te krijgen op deze groep.

Bij Taakspel beloon je het gedrag van leerlingen als ze positief geformuleerde regels opvolgen. Op deze manier kun je leerlingen trainen in taakgericht gedrag, wat ook een positief effect kan hebben op het groepsklimaat. Er zit ook een duidelijke opbouw in, waardoor je de kinderen leert om steeds meer positief gedrag te laten zien.
Taakspel lijkt aan te sluiten bij de leertheorie behaviorisme. Hierbij train je leerlingen aan de hand van een externe prikkel, zoals straffen of belonen. En ik denk dat ik me hier te eenzijdig op heb gericht. Het gedrag van leerlingen zit volgens mij veel complexer in elkaar. De externe prikkel van een beloning bij Taakspel door de leerkracht is niet de enige prikkel die van invloed is op het gedrag van de leerlingen. Ook andere leerlingen binnen de groep spelen een rol. Taakspel geeft wel aan dat de leerlingen elkaar corrigeren, maar de vraag is of dat altijd positief is. En iedere leerling neemt ook zijn thuissituatie en alles wat daar speelt mee naar school. Interne prikkels, zoals de motivatie om ergens wel of niet aan mee te willen doen, kunnen ook van invloed zijn op het gedrag.

Wat ik meeneem uit deze ervaring is dat het goed is om na te denken over wat je verwacht van kinderen. Routines kunnen hierbij heel helpend zijn. Voor de manier waarop je dit aan kunt leren en in kunt oefenen zou Taakspel een goed hulpmiddel kunnen zijn. Maar om echt grip te krijgen op een groep, denk ik dat het belangrijk is om niet het behaviorisme, maar het sociaal-constructivisme als uitgangspunt te nemen. Dan leren leerlingen hun gedrag zelf te sturen, vanuit interne prikkels.

Het lijkt me interessant om te kijken welke aanpakken op het gebied van gedrag hierbij zouden kunnen aansluiten.


Bron:
Bennett, T. (2024). Regie in de klas. (G. Verbrugghen, Ned. vertaling; 6e druk). Phronese.